Minnelijk overleg hangende bezwaar- of (hoger) beroep

Minnelijk overleg hangende bezwaar- of (hoger) beroep

21-april 2026 – Helaas komt het regelmatig voor dat bestuursorganen hangende bezwaar- of beroep niet bereid zijn tot minnelijk overleg. Veel gehoorde argumenten in dit soort situaties zijn dat “de juridische procedure zijn beslag moet krijgen”, de betrokken ambtenaar “helaas niets meer kan betekenen”, of dat de zaak “onder de rechter is”. Pogingen van bezwaarmakers om een kwestie informeel (in goed overleg) op te lossen stuiten hierdoor vaak op een muur van bureaucratie, of erger: onwil. Geschillen leiden hierdoor niet zelden nodeloos tot slepende, tijdrovende en kostbare procedures. Ook als de oplossing voor het grijpen ligt.

Het wettelijk kader

De Awb voorziet in strakke bepalingen over bezwaar- en beroep. Dit neemt niet weg dat hangende bezwaar- en (hoger) beroep minnelijk overleg mogelijk is. In literatuur wordt hierover het volgende vermeld:

“Bijzonder aan de bezwaarprocedure is dat de wetgever bestuursorganen veel vrijheid heeft willen bieden bij de inrichting ervan. Zo staat het een bestuursorgaan vrij om voorafgaand aan of gedurende de bezwaarprocedure allerlei interventies toe te passen die gericht zijn op het bereiken van overeenstemming met bezwaarmakers. Hoe een dergelijke informele (want niet in de Awb opgenomen) aanpak wordt vormgegeven, verschilt per bestuursorgaan, maar een gedeeld kenmerk van alle ‘informele aanpakken’ is dat het doel ervan is een minnelijke oplossing voor het bezwaar te vinden, hetzij omdat de bezwaarmaker het besluit alsnog accepteert zonder dat er iets aan is gewijzigd, hetzij omdat het bestuursorgaan een gewijzigd besluit neemt waar belanghebbenden zich wel in kunnen vinden.” (M. Wever, De do’s and don’ts voor de informele behandeling van bezwaren, Jurisprudentie Bestuursrecht Plus, 2020, p. 3-4).

Hoofdstuk 8 Awb (met algemene bepalingen over beroep in eerste aanleg) geeft geen regels over het treffen van een schikking door partijen. De enige bepaling die daarmee in verband kan worden gebracht, is art. 8:44 Awb. Dit artikel geeft de bestuursrechter de bevoegdheid om partijen op te roepen om hen tijdens het vooronderzoek te horen, al dan niet voor het geven van inlichtingen. In de memorie van toelichting wordt het volgende opgemerkt:

“Het onderhavige artikel kan ook worden toegepast als de rechter de kans aanwezig acht dat partijen hun geschil in der minne zullen kunnen regelen. Daarmee sluit dit artikel nauw aan bij de uit het burgerlijk procesrecht bekende schikkingscomparitie (vgl. artikel 19 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Uiteraard kan het ook zo zijn, dat de rechter in dit stadium van het vooronderzoek behoefte heeft aan een mondelinge toelichting door partijen.” (PG Awb, p. 442).

Kortom, hoewel een uitdrukkelijke wettelijke bepaling in de Awb met betrekking tot minnelijk overleg ontbreekt, is de mogelijkheid daartoe ingebakken in de wet.

Mede als gevolg van personeelstekorten en een hoge instroom van zaken zijn de behandeltermijnen van bestuursrechtelijke zaken de laatste jaren helaas (fors) toegenomen. Maar: “Elk nadeel heb z’n voordeel”, zoals Cruijff zei. Een belangrijk voordeel van het nadeel van langere behandeltermijnen is dat hierdoor veelal ruimschoots tijd beschikbaar is voor minnelijk overleg.

De wettelijke beslistermijn bij een aanvraag wordt door het voeren van minnelijk overleg niet van rechtswege opgeschort. In een zaak tussen een toeslagaanvrager en de Dienst Toeslagen overwoog de Rechtbank Zeeland-West Brabant hierover in een uitspraak van 9 april 2026 het volgende:

Het zich beraden over of beproeven van een minnelijke regeling hangende de behandeling van een aanvraag brengt niet mee dat ouders niet meer in afwachting zijn van een besluit op die aanvraag. Dat kan anders zijn indien partijen dit anders regelen of afspreken.” (ECLI:NL:RBZWB:2026:2787).

In wezen is een bezwaar ook een aanvraag tot het nemen van een besluit (kamerstukken II 2004/05, 29934, 6, p. 16). Ook in bezwaar loopt bij minnelijk overleg de wettelijke beslistermijn dus door.  Alleen als partijen hierover onderling afspraken maken kan dat anders zijn.

Conclusie

Vaststaat dat minnelijk overleg hangende bezwaar- en (hoger) beroep is toegestaan. Sterker nog: dit verdient aansporing. Het komt helaas in de praktijk te vaak voor dat pas tijdens een hoorzitting in bezwaar of tijdens een zitting bij de bestuursrechter bestuursorganen bereidheid tonen tot minnelijk overleg. Dit, terwijl zo’n overleg ook één, twee of soms zelfs drie jaar eerder had kunnen leiden tot een (betrekkelijk) eenvoudige oplossing. Op z’n minst is het in voorkomende gevallen een kans om in constructief overleg te zoeken naar een oplossing.

 

Mocht u nadere informatie wensen, neem dan contact op met Christiaan Geertman of Martijn Fleers, tel. 070 358 89 90.